De rekenmethode kent vier funderingsrisico's. Per risico staat hieronder wat het is, waar het speelt en wat de berekening gebruikt. Is er onderzoek aan het pand, dan gaat de uitkomst daarvan voor; zonder onderzoek wordt het risico geschat uit de kenmerken van het pand. De gemeten pandzakking uit satellietdata weegt bij de eerste drie risico's mee als aanwijzing: een pand dat sneller zakt dan verwacht, krijgt een hogere klasse. Voor droogstand en ontwateringsdiepte wordt die zakking beoordeeld over het hele bouwblok, zodat één afwijkende meting niet de klasse bepaalt.
Bij onderzoek telt de beoordeling uit het rapport: de resterende handhavingstermijn (die telt af vanaf de rapportdatum), het kwaliteitsoordeel over de fundering en het herstel-advies. Ook aangetroffen aantasting van de houten palen (schimmel of bacteriën) wordt meegenomen. Heeft een pand zelf geen onderzoek, dan telt onderzoek aan een pand in hetzelfde bouwblok mee.
Droogstand (paalrot)
Houten palen of langshout komen boven de grondwaterstand uit. Het hout komt in contact met zuurstof en schimmels tasten het aan.
Waar: overal waar op houten palen is gebouwd; landelijk berekend.
In de berekening: het funderingstype (houten palen, of houten palen met betonoplanger), de grondwaterstand bij het pand, de pandzakking van het bouwblok als signaal, en bij onderzoek het houtniveau tegenover de grondwaterstand, de beoordeling uit het rapport en aangetroffen schimmelaantasting.
Ontwateringsdiepte
Bij ondiepe funderingen (op staal, zonder palen) de afstand tussen de onderkant van de fundering en het grondwater. Staat het grondwater hoog, dan ontstaat optrekkend vocht en kan het pand gaan zakken.
Waar: overal waar ondiep is gefundeerd; landelijk berekend.
In de berekening: het funderingstype, de funderingsdiepte tegenover de grondwaterstand bij het pand, de pandzakking van het bouwblok als signaal, en bij onderzoek de beoordeling uit het rapport. Is er voor een pand verder geen enkel gegeven, dan geeft het bouwjaar hier een indicatieve klasse.
Verschilzakking valt hieronder: panden die duidelijk sneller zakken dan hun buren en dan de bodem om hen heen. Dit wordt berekend waar satellietdata is.
Bacteriële aantasting (palenpest)
Bacteriën tasten houten palen aan, ook onder water. Het hout verliest langzaam zijn draagkracht. Grenen is gevoeliger dan vuren.
Waar: vooral in Noord- en West-Nederland, waar korte palen in een ondiepe zandlaag staan. Waar langere palen tot in een diepere zandlaag zijn gebruikt, zoals in Rotterdam, komt het minder voor.
In de berekening: het funderingstype, de paallengte (hoe korter, hoe hoger het risico), een verhoogde pandzakkingssnelheid als signaal, en bij onderzoek de beoordeling uit het rapport en aangetroffen bacteriële aantasting.
Overig risico
Risico's die uit onderzoek aan het pand zijn vastgesteld en niet onder de andere drie vallen. Dit risico wordt niet geschat; het bestaat alleen waar onderzoek ligt.
Hieronder vallen onder meer:
Negatieve kleef: zakkende grondlagen die de paal meetrekken, vooral in de regio Rijnmond en de Drechtsteden.
En verder overbelasting, constructiefouten en trillingen, zoals het onderzoek ze vaststelt.